De Tooldetective

Deliers: mis ze niet!

In naar schatting 20 tot 50 procent van de gevallen wordt een delier in eerste instantie gemist. Schokkend, aldus IG-verzorgende Jolanda van Tunen (52) van zorgorganisatie Omring. Ze besloot die cijfers eigenhandig omlaag te brengen. Lukte het haar  collega-zorgverleners alerter te maken? De tooldetective zocht het uit.

Auteur: Marte van Santen

Een delier, wat was dat ook alweer?
Plotselinge ernstige verwardheid. Sommige mensen met een delier zijn heel onrustig en angstig, anderen juist teruggetrokken en passief. Vaak hebben ze gedachten die niet kloppen (wanen) en zien, ruiken of horen ze dingen die er niet zijn (hallucinaties). Aan een delier ligt altijd een lichamelijke oorzaak ten grondslag. Veelal een infectie, maar bijvoorbeeld ook een medicijnvergiftiging of ondervoeding kan voor een geestelijke onbalans zorgen die een delier tot gevolg heeft.

Het klinkt vrij gemakkelijk te herkennen.
Dat valt dus tegen. Lang niet alle zorgverleners zijn (goed) bekend met de symptomen van een delier. Die klachten kunnen trouwens ook op andere problemen wijzen, zoals een psychose, dementie of depressie. Bovendien praten cliënten vaak niet over de verschijnselen, uit angst om voor gek te worden verklaard of uit huis te worden geplaatst. Allemaal redenen waarom professionals een delier nogal eens missen.

En dat wil Jolanda van Tunen in haar eentje oplossen?
Nou, ze wil vooral een verandering in beweging zetten. Volgens Jolanda, die al meer dan dertig jaar in de thuiszorg op Texel werkt, was er nauwelijks voorlichtingsmateriaal over delier voor (thuis)zorgmedewerkers. Toen is ze dat onder de noemer Mis ze niet! maar zelf gaan maken. Inmiddels liggen er een protocol, een brochure, een poster en een waarschuwingssticker voor in het zorgdossier. Allemaal bedoeld om de bewustwording bij hulpverleners te vergroten en deliers eerder op te sporen.

Waarom maakt zij zich hier zo hard voor?
Omdat ze maar al te vaak van heel dichtbij heeft gezien hoe ingrijpend en naar een delier kan zijn. Bij cliënten, maar ook bij haar eigen vader.

Bijna alle 3500 medewerkers van Omring in de kop van Noord-Holland, hebben de workshop van Jolanda van Tunen gevolgd

Protocollen en brochures, zijn dat geen papieren tijgers?
In dit geval niet. Jolanda heeft namelijk ook een workshop ontwikkeld. Inmiddels hebben zij en een collega die aan bijna alle 3500 medewerkers van Omring in de kop van Noord-Holland gegeven. En sinds Omring vorig jaar met haar project de Jenneke van Veen-Verbeterprijs won voor beste kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg, is er vanuit de rest van het land ook veel belangstelling voor haar aanpak.

0914 Delier-o-meter

Waar bestaat die concreet uit?
Jolanda heeft simpel op papier gezet wat een delier is, hoe je het herkent en wat je moet doen als je vermoedt dat een cliënt eraan lijdt. Vanuit haar eigen ervaring heeft ze tal van praktijkvoorbeelden toegevoegd, die ze tijdens de workshop bespreekt. Onderdeel van de toolkit is verder de ‘Delier-0-meter’, die een paar jaar geleden door geriater Kees Kalisvaart van het Kennemer Gasthuis in Haarlem is ontwikkeld. Aan de hand van deze simpele checklist kun je als zorgverlener – of mantelzorger – een goede inschatting maken of er sprake kan zijn van een delier en dus of je de huisarts moet inschakelen.

En de sticker?
Die wordt op de kaft van het zorgdossier geplakt als iemand een delier heeft gehad. Hij werkt als waarschuwing voor zorgverleners: let op, dit kan nog een keer gebeuren. Het klinkt kinderlijk eenvoudig, maar soms is de oplossing simpeler dan je denkt.

De hamvraag is natuurlijk: worden deliers bij Omring nu echt eerder opgemerkt?
Daar is geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Maar volgens de medewerkers zelf wel. Zij geven aan de signalen vroeger te herkennen, en ook dat ze bij twijfel eerder met een huisarts overleggen.

Maakt het voorlichtingsmateriaal ook duidelijk wat het verschil is tussen een delier en bijvoorbeeld dementie?
Juist omdat die twee zo vaak door elkaar worden gehaald, besteedt Jolanda daar uitgebreid aandacht aan. Zo ontwikkelt dementie zich heel geleidelijk en ontstaat een delier plotseling. Verder is iemand met dementie meestal helder, terwijl een delirant verward is. Overigens kunnen de twee ook gelijktijdig vóórkomen.

Tot slot: waarom is het vroeg opsporen van een delier zo belangrijk?
Het doormaken van een delier is voor veel patiënten en hun omgeving een traumatische ervaring. Bovendien kan een niet behandeld delier blijvende hersenschade veroorzaken, bijvoorbeeld als het gaat om geheugen en concentratie. Alle middelen die aan vroege detectie kunnen bijdragen, zijn dus mooi meegenomen, vindt de tooldetective. En als die van onderaf uit de praktijk komen, is het kans op succes des te groter.


De Tooldetective
In de serie De Tooldetective gaan we op zoek naar veelbelovende projecten die de zorg veiliger zouden moeten maken. Zijn ze succesvol en kunnen anderen ervan leren? Of zijn ze een stille dood gestorven?

  1.  Delier in het ziekenhuis
    Deliers komen niet alleen thuis, maar zeker ook in ziekenhuizen veelvuldig voor. Op de website van VMSzorg zijn twee checklists te downloaden om een delier vroegtijdig te herkennen. De DOSS Delirium Observatieschaal is gericht op verpleegkundigen, de Intensive Care Delirium Screening Checklist is bedoeld om een delier op de IC op te sporen. U vindt ze onder het thema Kwetsbare ouderen.

  2. Zelf aan de slag?
    Het protocol, de Delier-0-meter, de folder en het materiaal voor de workshop van Mis ze niet! zijn gratis te downloaden via de website. Wilt u alle materialen bestellen, dan kan dat door een mail te sturen Erica van de Peppel (evandepeppel@omring.nl). Het pakketje met de onder andere de poster en de delierstickers kost 15 euro.

Share Button

4 thoughts on “Deliers: mis ze niet!

  1. goed artikel en zeer herkenbaar. Ook mijn moeder (98 jaar) had een plots opkomende delier. De huisarts en verzorging van een verzorgingshuis deden er niets mee. Een paar keer werd ik gebeld om te komen omdat zij zo slecht lag, zij lag op sterven. Wederom werd er geen arts ingeschakeld en heb zelf de dienstdoende arts een paar keer gebeld. Deze constateerde na de 3e keer bellen, dat er wel iets met haar aan de hand was en verwees weer naar de huisarts. Zo is zij 3 weken lang niet behandeld. Uiteindelijk, omdat ik er op aandrong heeft de huisarts, (van wie ik eerst op mijn kop kreeg omdat ik steeds de dienstdoende belde) haar bloed laten prikken. Zij bleek inderdaad een ontsteking te hebben. Kreeg toen anti-biotica en knapte op. Maar, mentaal is zij in deze 3 weken erg achteruit gegaan.

    1. Dank voor je verhaal, Marja. Wellicht heeft het betreffende verzorgingshuis iets aan de manier waarop Omring deliers opspoort?

  2. dit artikel bezoek ik regelmatig om aan collega’s door te sturen als wij in de praktijk achteraf te maken hebben gehad met een delier , maar ook als ik iemand in behandeling heb gekregen die net een delier heeft doorgemaakt. Het is klein woord dat lieflijk klinkt, maar niet lieflijk is om mee te maken. De diverse verwijzingen bij dit artikel onder “zelf aan de slag”, zijn zo handig om snel op ons netvlies te krijgen waar een delier ook al weer over gaat. Ik ben heel blij met dit soort artikelen die èn heel duidelijk beschrijven wat iets is èn mij direct een handvat geven hoe ik het met een klein makkelijk stapje mijn zorg veiliger kan maken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *