Christien Brinkgreve over de kracht van storytelling

‘Mensen maken verhalen, verhalen maken mensen’

Vorig jaar nam Christien Brinkgreve, hoogleraar sociologie, afscheid van de universiteit van Utrecht met een rede over de kracht van verhalen. Een pleidooi om het verhaal weer een plek te geven in de wetenschap en in organisaties.

Auteur: Stef Verhoeven
Fotograaf: Peter Smith

Ze zoekt wat verstrooid naar een stukje papier in haar tas. “Ik schrijf altijd dingen op tijdens gesprekken, dat is iets dwangmatigs. Mijn huis ligt vol beschreven papiertjes.” Toch is dat niet zomaar een gekke tik van Brinkgreve. Die verzameling notities leiden namelijk uiteindelijk altijd tot een boek of een essay. Zo is haar laatste boek met de titel ‘Vertel!’ ook ontstaan. Uit losse verhaaltjes, leesaantekeningen in boeken en alledaagse notities bij haar moeder in het revalidatiehuis.

Tijdgeest
Christien Brinkgreve heeft altijd een goed gevoel voor de tijdgeest gehad. Zo deed ze in het begin van haar carrière – ze was toen 26 jaar oud – onderzoek naar de rubriek

Margriet weet raad

1978: ‘Margriet weet raad’: gevoel, gedrag, moraal in Nederland 1938-1978

en vestigde direct haar naam als de socioloog die met twee benen in de samenleving staat. “Die rubriek bestond uit allemaal kleine verhaaltjes van gewone vrouwen die samen een groot verhaal vertellen over de verschuivingen in de moraal in Nederland. Het is een exemplarische studie geworden: op grond van verhalen en problemen van mensen en een vergelijking in de tijd kun je veranderingen in het tijdsgewricht beschrijven. Dat was nog niet eerder zo gedaan.”

Toch moet u, 36 jaar na Margriet weet raad, nog pleiten voor het verhaal als waardevol wetenschappelijk instrument?
“Curieus toch? Verhalen en storytelling nemen juist een vlucht in de samenleving maar in de wetenschap is het omgekeerde gebeurd. Als bron zijn ze vrijwel uit de wetenschap verdreven. De ‘harde’ wetenschap van maat, getal en statistieken staat nu eenmaal hoger aangeschreven. Dat heeft ook te maken met de strijd om positie en erkenning van de sociale wetenschappen. We willen allemaal een plekje in de academische hemel waar NWO de gelden beheert en verdeelt. Kwantitatief, meetbaar en efficiënt zijn de woorden die daarbij passen.”

Daar nu veel kritiek op.
“Ja, er is hoop. Er is nu een golf van kritiek op het efficiencydenken op de universiteiten. Studenten en medewerkers zeggen letterlijk: ‘Er wordt niet naar ons verhaal geluisterd.’ Goed luisteren is juist de kern van wetenschapsbeoefening, lijkt me.”

Hoe is er op uw boek gereageerd?
“Buiten de universiteit heel goed. Binnen mijn vak vinden collega’s het ‘leuk’ en ‘interessant’ maar wordt het toch meer gezien als uit de hand gelopen essayistiek. Dat lot deel ik met iemand als Herman Pleij, die buiten de muren van de wetenschap ook veel media-aandacht krijgt. Mijn afscheid van de universitaire wereld voelde overigens wel als een eerherstel. Na mijn afscheidsrede hoorde ik vooral hoe jammer het is dat mijn soort van wetenschap, met individuele verhalen en een goede intuïtie voor de tijdgeest, aan het verdwijnen is. Ik was als een kind zo blij met deze reacties. Daar kan ik wel weer aan afmeten hoe dwars me dat gezeten heeft.”

Verhalen, schrijft u, hebben een bezielende kracht. Vertel.
“Die bezielende en bindende kracht van verhalen moet je niet onderschatten. Neem nu het initiatief van medisch antropologe Anne Mei Thé in de langdurige zorg. Ze is de grondlegger van de zogenaamde Dementieverhalenbank waarop verhalen verteld worden van mantelzorgers, patiënten en professionals. Die verhalen bieden oriëntatie voor alle betrokkenen en bedwingen de chaos.”

Hoe kun je die verhalen gebruiken bij het verbeteren van beleid?
“Dat is een lastige schakel. Er is natuurlijk ontzettend veel variatie in die ervaringen. Je moet in al die verhalen patronen proberen bloot te leggen die tot nieuwe inzichten kunnen leiden. Daar heb je een groep professionele luisteraars voor nodig die hun indrukken met elkaar bespreken. Dat is een vorm van intervisie. Het is een doorgaand proces dat leidt tot een gezond correctiemechanisme in een organisatie.”

Verhalen zijn een thermometer voor beleidsmakers?
“Permanente aandacht voor individuele verhalen schept een klimaat waarin mensen zich gehoord voelen. Mijn moeder van 92 is nu tijdelijk in een revalidatietehuis, voor de derde keer. Je merkt het direct dat ze, nog meer dan eerdere jaren, moeten roeien met de riemen die ze hebben. Bezuinigingen, lager opgeleide verzorgers, personeelstekort… het leidt allemaal tot haast en minder zorgvuldigheid in de zorg. ‘Die meisjes kunnen er niks aan doen hoor’, zegt mijn moeder, ‘maar ze zijn me vandaag weer vergeten.’

U bent haar levensverhaal ook gaan opschrijven.
“Mijn moeder heeft vier kinderen gekregen in vijf jaar tijd. Er was weinig geld en ze had in die jaren last van depressies. Als kind had ik altijd het gevoel: wij zijn teveel voor haar. Ik was dol op mijn vader die beeldhouwer was. Toen mijn vader overleed, zei mijn moeder: ‘Ik heb ook een verhaal.’ Ik dacht heel intuïtief: die kans moet ik pakken. Ik ben haar stukje bij beetje gaan interviewen en die brokken vormden samen een helend verhaal. Er kwamen lijnen in de brokstukken. Het boekje heeft haar en onze verhouding enorm goed gedaan. Dat is ook de kracht van een verhaal, je kunt zeggen: ‘Kijk, dit ben ik!’”

Hoe kunnen organisaties met verhalen aan de slag?
“De cultuur van een organisatie is de optelsom van de individuele verhalen van de mensen die er werken en gewerkt hebben. Samen met de geschiedenis bepalen zij het DNA van het bedrijf. Ergens werken betekent ook: het voortbouwen op een verhaal dat helder antwoord geeft op vragen. Wat is de bedoeling? Wat is mijn gedroomde bijdrage aan dat verhaal?
Organisaties moeten dus niet over de hoofden van mensen beleid bepalen. In elke branche geldt: horen en luisteren is de basis. Er zijn steeds meer leiders die erkennen dat goed leiderschap een dialoog is. Of zoals Boris Groysberg het in een artikel schreef:

Leadership is a conversation

Groysberg, Boris, and Michael Slind.  “Leadership Is a Conversation.”  Harvard Business Review 90, no. 6 (June 2012).

 

U werd getrokken naar de wetenschap om de chaos te bedwingen. Is dat gelukt?
“Als 25-jarige was ik overmoedig in mijn helderheid. Naarmate ik ouder word groeit het besef hoe weinig ik weet. Ik treur daar niet om. Sterker nog: ik word ontvankelijker voor eenvoud.”


Christien Brinkgreve (1949) is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen en publiciste. Ze studeerde  sociologie aan de universiteit van Amsterdam waar ze promoveerde op  de geschiedenis van de psychoanalyse in Nederland. Naast haar universitaire werk heeft ze altijd voor een breed publiek geschreven. Ze schreef talrijke  boeken, onder meer over de relatie tussen mannen en vrouwen, over ouders en kinderen en over de kracht van verhalen. Ze geeft nu naast haar lezingen ook cursussen autobiografisch schrijven en workshops verhalend werken in organisaties. Brinkgreve is getrouwd met journalist en acteur Arend Jan Heerma van Voss en heeft met hem twee kinderen, Daan en Thomas Heerma van Voss, beiden schrijver.

  1. 1504 cover vertel!In haar boek Vertel! Over de kracht van verhalen laat Christien Brinkgreve zien hoe verhalen kunnen verbinden en richting kunnen geven in een tijd waarin oude ideologieën niet meer werken en er grote behoefte bestaat aan visies waarin mensen kunnen geloven. Ze maakt onderscheid tussen de ervaringsverhalen van individuen en de collectieve verhalen van organisaties, werkomgevingen en maatschappij waarvan mensen met hun persoonlijke beleving deel van uitmaken. Ze benadrukt in haar boek het belang van het kunnen vertellen van eigen verhalen. Dat werkt bezielend, helend en vooral bindend, betoogt ze. Mensen maken verhalen, verhalen maken mensen.
    Christien Brinkgreve
    Vertel! Over de kracht van verhalen
    Paperback 192 blz.
    €18,99

Share Button

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *