Laaggeletterden zijn chronisch therapieontrouw

'Tweemaal wattes?'

Tweemaal daags, twee tabletten innemen. Hoe moeilijk kan dat zijn? Heel moeilijk! Sommigen lezen: elke dag 1 tablet of: om de 2 dagen, 2 tabletten. Hoe instrueer je een laaggeletterde (maar liefst 1,7 miljoen in Nederland!) bij medicatiegebruik?

Auteur: Emma Boelhouwer

Een vader staat zijn nier af aan zijn zoon. Zoonlief moet wel zijn medicatie innemen zodat zijn lichaam de nier van zijn vader niet afstoot, maar hij verzuimt het om dat secuur te doen. Gevolg: de vader verliest niet alleen zijn nier, maar ook zijn zoon.

Een schrijnend voorbeeld, maar dit verhaal staat niet op zichzelf. 30 tot 40 procent van de Nederlanders gebruikt medicatie niet zoals voorgeschreven, met soms ernstige gevolgen. Therapieontrouw wordt dat genoemd. Soms door vergeetachtigheid of slordigheid. Maar ook doordat de patiënt niet doordrongen is van de urgentie of überhaupt weinig vertrouwen heeft in de zorg.

Minstens zo verontrustend: veel patiënten zijn therapieontrouw omdat ze simpelweg niet snappen wat ze moeten doen. Zo’n 1,7 miljoen Nederlanders zijn laaggeletterd en hebben grote moeite het jargon van de zorgindustrie te

ontcijferen.

2/3 daarvan is autochtoon. 25 procent van alle Nederlanders heeft moeite met het begrijpen van teksten.

Tegelijkertijd durven ze vaak niet voor hun beperkte lees- en schrijfvaardigheden uit de komen. Met als gevolg dat patiënten de adviezen van zorgverleners niet begrijpen, geen wijs worden uit bijsluiters en daardoor niet in staat zijn zich aan het juiste gebruik te houden.

Karen Hosper, projectleider bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen: “Medicijnbijsluiters zijn vaak al lastig voor mensen met een hoge opleiding, laat staan voor laaggeletterden. Twee maal daags twee tabletten innemen, blijkt al snel multi-interpretabel.”

Random 3d letters flying

Paracetamoldrank
Nog een voorbeeld. Een moeder komt in paniek bij de dokter, haar dochter heeft flinke koorts en pijn aan haar oor. Het blijkt een oorontsteking. De dokter geeft paracetamoldrank mee en legt uit hoe vaak per dag het kind paracetamol mag gebruiken. Thuisgekomen weet de vrouw eigenlijk niet meer zo goed hoe en wat. Er is zoveel gezegd. Ze pakt het flesje uit haar tas, kijkt naar de vloeistof en giet een deel in het in het pijnlijke oor van haar dochter.

Een redelijk onschuldig voorbeeld wanneer je bedenkt dat verkeerde inname van medicijnen ook kan leiden tot ziekenhuisopname. Mensen met hartproblemen die hun plaspillen niet dagelijks innemen en door te veel vocht in hun lichaam een nieuw infarct krijgen. Astmapatiënten die de instructies van hun verschillende inhalers door elkaar halen en door verkeerd gebruik een veel te lage dosis binnenkrijgen. Brigit van Soest, programmamanager geneesmiddelengebruik bij de KNMP, de beroepsorganisatie van apothekers: “Patiënten die therapieontrouw zijn, worden naar schatting twee keer zo vaak opgenomen in het ziekenhuis doordat er iets fout is gegaan met de medicatie. Het is een groot maatschappelijk probleem en het kost de samenleving ook een hoop geld. Volgens een studie van adviesbureau Booz & Company zouden we in Nederland 250 tot 400 miljoen per jaar besparen als de therapietrouw verbetert.”

Stupid young man with bag over his head

Weinig getest
KNMP en Pharos sloten daarom begin dit jaar een convenant met als doel: voor 2018 informatie over geneesmiddelengebruik begrijpelijk maken voor laaggeletterde patiënten. Het is niet de eerste keer dat er zo’n initiatief wordt genomen. De afgelopen jaren is er door verschillende partijen aandacht aan besteed. Van Patientveiligheidskaarten van de NPCF , toolkits van de LHV en het UMC Utrecht  tot een workshop ‘communiceren met laaggeletterden’ op de huisartsenbeurs. Natasja Linnenbank, business developer van de KNMP: “Er is veel ontwikkeld, maar er is weinig getest om te kijken of het wel doet wat het zegt. Dat doen wij wel. Bovendien heeft Pharos veel kennis met testen onder laaggeletterden.”

‘Patiënten die therapieontrouw zijn, worden naar schatting twee keer zo vaak opgenomen in het ziekenhuis’

Het belangrijkste struikelblok is de communicatie. Om die te verbeteren ontwikkelden Pharos en KNMP een training voor apothekers en apothekersassistenten. Allereerst leren ze tips en trics om laaggeletterdheid te herkennen. Hosper: “Je kunt het niet van iemands gezicht aflezen. Uit schaamte of onmacht zal het gros van de patiënten in de apotheek gewoon ja-knikken en weer weg gaan.” Van Soest: “Bij een vermoeden kun je bijvoorbeeld een formulier laten invullen. Als de patiënt dan met een smoesje komt: ik ben mijn leesbril vergeten of sorry ik schrijf onleesbaar, dan weet je dat je door moet vragen.”

Verder is het van belang dat de zorgverlener rustig praat en controleert of de patiënt de informatie heeft begrepen. Dit kan door te vragen ‘welke vragen heeft u nog?’ in plaats van ‘heeft u nog vragen?’. Maar nog effectiever: door de patiënt te vragen de informatie terug te vertellen. De zogenaamde teach-backmethode. Hosper: “Daar besteden ze in Amerika veel aandacht aan.  Het is de  belangrijkste strategie om te bekijken wat wel en wat niet is begrepen. De eerste training is inmiddels achter de rug en uit de feedback blijkt dat het in de drukte van alledag nog lastig is om af te wijken van de routine. Apothekers voelen ook een soort gene om te vragen: ‘Kunt u mij vertellen wat u straks met die medicijnen moet doen?’ Terwijl blijkt dat patiënten dit helemaal niet vervelend vinden.”

Balieklapper
Leuk en aardig allemaal, maar apothekers hebben het al druk genoeg. In sommige wijken kampen ze met een half uur wachttijd per persoon. Hoe kun je laaggeletterden effectief helpen zonder veel te lang met ze bezig te zijn? Met hulpmiddelen. Linnenbank: “Het komende halfjaar brengen we in kaart wat er allemaal al is ontwikkeld: iconen, stickers met pictogrammen, animaties, filmpjes, sms-herinneringssystemen en een zogenaamde balieklapper met plaatjes. Vervolgens gaan we onder laaggeletterden testen ofze het daadwerkelijk begrijpen. En of het ook beklijft.”

Iconen, pictogrammen, animaties, filmpjes, sms-herinneringssystemen , de balieklapper. Genoeg tools, maar werken ze ook?

Hosper: “Je moet informatie zoveel mogelijk vereenvoudigen. Je hebt bijvoorbeeld de baxterrol. Dat is een rol met  medicijnzakjes waar elke dag van de week een apart vakje heeft voor de medicijnen van die dag. Wat bleek, patiënten hebben moeite de geschreven dagen van elkaar te onderscheiden. Nu werken apothekers  daarom met gekleurde stickers, voor elke dag een ander kleurtje. Dat moet je dan vervolgens wel opnieuw testen bij de doelgroep. Daarnaast moet je altijd in de gaten houden hoe de baxterrol wordt gebruikt. Soms blijkt dat de patiënt de zakjes allemaal heeft los gescheurd en is dus het hele effect weg.”

Tot slot zijn de apothekers natuurlijk niet de enige met wie patiënten contact hebben over hun medicatie. Hosper: “We zoeken daarom de samenwerking met huisartsen en de thuiszorg. Zij herkennen eerder de signalen van laaggeletterdheid, doordat ze de patiënt beter kennen of zelfs bij de mensen thuis komen. Er is in Amsterdam een pilot waarbij de huisarts een code op het recept zet voor de apotheker wanneer hij merkt dat de patiënt laaggeletterd is. Op deze manier is de apotheker sneller op de hoogte bij welke patiënten extra uitleg en ‘terug vragen’ nodig is. Met de verspreiding van dit soort goede voorbeelden en geschikt voorlichtingsmateriaal gaan we komende jaren therapietrouw onder laaggeletterden op grote schaal verbeteren.“

 


  1. Laaggeletterdheid te lijf
    De Gezondheidsraad schreef in 2011 een briefadvies ‘Laaggeletterdheid te lijf’ aan minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Laaggeletterden hebben vaker een slechte gezondheid, zijn vaker ziek en gaan ook eerder dood dan mensen die voldoende geletterd zijn om het zorgjargon te doorgronden. In de brief staan aanbevelingen om de gezondheidsvaardigheden van laaggeletterden te verbeteren. Niet alleen voor de praktijk,ook voor de beleidsmakers en wetenschappers.De zorgverlener is volgens richtlijnen van de WHO verplicht zijn patiënten op een voor hen begrijpelijke manier in te lichten over hun gezondheidstoestand, het onderzoek, de behandeling en eventuele alternatieven. Maar om dat te kunnen doen, moeten zorgverleners wel bewust zijn van bovenstaand probleem. De Gezondheidsraad adviseert daarom om zorgverleners te trainen in hoe laaggeletterde patiënten te herkennen en hoe er goed mee om te gaan. Ook moeten de patiënten zelf gezondheidsvaardigheden aangeleerd krijgen. Bovendien moet er worden geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek moet antwoord geven op de vraag op welke manier mensen met lage gezondheidsvaardigheden het beste begeleid kunnen worden.

Share Button

One thought on “'Tweemaal wattes?'

  1. Campagne laaggeletterdheid en medicatiegebruik van start

    Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS lanceert op 7 september de campagne ‘Kunt u dat even uitleggen?’ van apothekersorganisatie KNMP en Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met de landelijke campagne wil de KNMP goed medicijngebruik door laaggeletterde patiënten bevorderen.

    7 september is ook de eerste dag van de Week van de Alfabetisering. KNMP wil het taboe op laaggeletterdheid doorbreken. Het moet gewoon worden voor een patiënt – laaggeletterd of niet – om extra uitleg te vragen wanneer hij deze niet begrijpt. Verschillende onderdelen van de campagne moeten een kijkje geven in het leven van een laaggeletterde en laten het belang van taalvaardigheid voor juist medicatiegebruik zien.
    Tweemaal daags één

    Van Rijn neemt op deze dag ook het boek ‘Kunt u dat even uitleggen? – verhalen van moeilijk lezende medicijngebruikers’ in ontvangst. Ervaringsdeskundigen vertellen hierin hoe lastig het is om instructies als ‘tweemaal daags één’ te begrijpen, of te onthouden welke naam hun geneesmiddel heeft.

    Aansluitend wordt in het Museum voor Communicatie in Den Haag de gelijknamige tentoonstelling geopend. Een documentaire geeft een kijkje in de dagelijkse bezigheden van enkele laaggeletterden en laat zien hoe hun medicijngebruik in gevaar komt doordat ze gezondheidsinformatie niet begrijpen. Daarnaast komen er op de radio spotjes die laaggeletterdheid onder de aandacht brengen.

    Verpleegkundigen, verzorgenden en apothekersassistenten krijgen met een speciaal ontwikkelde e-learning-tool instrumenten in handen om laaggeletterden te herkennen en hen te coachen bij hun medicijngebruik.
    11 procent

    In Nederland is zo’n 11 procent van de volwassen bevolking laaggeletterd. Daarnaast heeft 25 procent moeite met het lezen en begrijpen van schema’s en formulieren of gezondheidsinformatie zoals bijsluiters.

    De KNMP ontwikkelde de campagne in nauwe samenwerking met de Stichting Pharos, de Stichting Lezen en Schrijven en V&VN. Het initiatief kreeg onlangs subsidie van ZonMw. Met deze subsidie ontwikkelen de projectdeelnemers een draaiboek voor een multidisciplinaire aanpak.

    Het Farmaceutisch Bureau Amsterdam (FBA) en Apothekersvereniging Midden Nederland (AVMN) zijn de lokale trekkers. De betrokken partijen investeren zelf ook in het project.

    bron: http://www.skipr.nl/actueel/id23571-campagne-laaggeletterdheid-en-medicatiegebruik-van-start.html#sthash.SMpg9aqh.dpuf

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *